Een keramische tegelvloer kan er op het eerste gezicht keurig uitzien en toch technische gebreken vertonen. Soms klinken tegels bij het belopen of afkloppen plaatselijk hol. Op andere plaatsen begint het voegwerk af te brokkelen of blijkt een tegel niet meer volledig vast te liggen.
Een holle klank betekent op zichzelf niet automatisch dat een tegel verkeerd is aangebracht. Wanneer holklinkende zones echter op veel plaatsen voorkomen en samengaan met beschadigde voegen en losliggende tegels, is nader onderzoek verstandig.
Bij een recente vloerexpertise onderzochten wij een grootformaat keramische tegelvloer waarop precies deze combinatie van klachten aanwezig was.
Holklinkende randen en beschadigde voegen
De vloer was uitgevoerd met keramische tegels van ongeveer 120 x 120 centimeter. De tegels waren verlijmd op een geëgaliseerde cementgebonden dekvloer waarin vloerverwarming was opgenomen.
Tijdens de inspectie is de tegelvloer systematisch afgeklopt. Daarbij bleken veel tegels vooral langs de randen en hoeken een afwijkende, holle klank te vertonen. De middendelen van de tegels klonken overwegend massief.
Daarnaast was op meerdere plaatsen sprake van uitbrekend of beschadigd voegwerk. Deze voegschade bevond zich veelal bij tegels waarvan ook de randen hol klonken.
Een dergelijke combinatie kan erop wijzen dat de tegels langs de randen onvoldoende worden ondersteund. Bij belasting kan daar plaatselijk beweging ontstaan, waardoor het relatief kwetsbare voegwerk beschadigd raakt.
Een verwijderde tegel gaf inzicht in de vloeropbouw
Ten tijde van de expertise was één tegel reeds verwijderd. Daardoor konden de verschillende lagen van de vloeropbouw rechtstreeks worden beoordeeld.
De tegel was aangebracht met een tegellijmlaag van gemiddeld ongeveer vier millimeter. Op sommige plaatsen was een goede overdracht van de lijm zichtbaar. Op andere plaatsen had nauwelijks contact plaatsgevonden tussen de lijmlaag en de achterzijde van de tegel.
Vooral langs de tegelranden bleek de lijmdekking beperkt. Ook waren plaatselijk nog duidelijk herkenbare lijmrillen aanwezig. Dit laat zien dat de lijm tijdens het aanbrengen van de tegel niet overal volledig was samengedrukt.
De bevindingen onder de verwijderde tegel sloten daarmee aan bij het patroon dat tijdens het afkloppen van de vloer werd waargenomen: overwegend massief klinkende middendelen en holklinkende tegelranden.
Grootformaat tegels stellen hoge eisen aan de verlijming
Bij tegels van 120 x 120 centimeter is een gelijkmatige ondersteuning bijzonder belangrijk. Naarmate een tegel groter wordt, nemen ook de eisen aan de vlakheid van de ondergrond, de verwerking van de lijm en de contactoverdracht toe.
Bij het verlijmen van grootformaat keramische tegels wordt gestreefd naar een zo volledig mogelijke ondersteuning. Afhankelijk van het toegepaste systeem en de voorschriften van de fabrikant kan daarbij de buttering-en-floatingmethode noodzakelijk zijn. Hierbij wordt niet alleen lijm op de ondergrond aangebracht, maar wordt ook de achterzijde van de tegel van een contactlaag voorzien.
Deze werkwijze helpt voorkomen dat onder de tegel grote holle ruimten of onvoldoende ondersteunde randen achterblijven.
In de onderzochte situatie bleek de lijm niet overal gelijkmatig te zijn verdeeld. Bovendien kon de uitgeharde tegellijm op verschillende plaatsen relatief eenvoudig van de achterzijde van de verwijderde tegel worden losgemaakt. Dit wees erop dat de verbinding tussen de tegellijm en de tegel plaatselijk onvoldoende tot stand was gekomen.
Geen aanwijzingen voor een bezweken ondergrond
Bij schade aan een tegelvloer wordt regelmatig naar de ondergrond gewezen. Daarom is tijdens het onderzoek ook de egalisatielaag beoordeeld.
De egalisatielaag was volledig op de onderliggende dekvloer aanwezig gebleven. Er werden geen scheuren, verpulvering, afschuivingen of losliggende delen aangetroffen. Ook waren geen aanwijzingen zichtbaar dat de egalisatielaag haar hechting aan de onderliggende dekvloer had verloren.
De onderzoeksbevindingen boden daarom geen technische ondersteuning voor de stelling dat de gebreken door een ondeugdelijke ondergrond werden veroorzaakt.
Daarbij speelde mee dat dezelfde uitvoerende partij zowel de egalisatielaag als de tegelvloer had aangebracht. Wanneer een ondergrond volgens een uitvoerder niet geschikt is voor het rechtstreeks verlijmen van grootformaat tegels, behoort dit vóór het aanbrengen van de vloer te worden gemeld. Vervolgens kunnen passende aanvullende maatregelen worden besproken.
Was er een primer aangebracht?
Van de vrijliggende vloeropbouw zijn materiaalmonsters microscopisch onderzocht. Daarbij zijn geen duidelijke kenmerken of resten aangetroffen die de aanwezigheid van een afzonderlijke primerlaag bevestigden.
Daaruit kan echter niet zonder meer worden geconcludeerd dat beslist geen primer is gebruikt. Een aangebrachte primer is achteraf namelijk niet altijd ondubbelzinnig herkenbaar.
Deze bevinding is daarom meegenomen in de totale technische beoordeling, maar niet als zelfstandige oorzaak van de schade aangemerkt. Ook hier geldt: vastleggen wat wordt waargenomen, zonder stelliger te worden dan het onderzoek rechtvaardigt.
Een levelingsysteem voorkomt geen holle ruimten
Bij het leggen van de vloer was een tegel-levelingsysteem gebruikt. Een dergelijk systeem bestaat meestal uit clips en wiggen waarmee hoogteverschillen tussen aangrenzende tegels tijdens het aanbrengen worden beperkt.
Een levelingsysteem kan bijdragen aan een vlakker uiterlijk van de tegelvloer. Het zorgt echter niet voor een betere hechting en kan een tekort aan tegellijm of een onvoldoende contactoverdracht niet compenseren.
Tijdens de inspectie werden geen aanwijzingen gevonden dat het levelingsysteem verkeerd was gebruikt. Het systeem kon daarom niet als zelfstandige oorzaak van de gebreken worden aangewezen.
De combinatie van bevindingen is bepalend
Geen enkele afzonderlijke waarneming bewees op zichzelf wat de oorzaak van de klachten was. Een holle klank alleen is bijvoorbeeld onvoldoende om te concluderen dat een tegel losligt.
In onderlinge samenhang ontstond echter een duidelijk technisch beeld:
* veel tegelranden klonken systematisch hol;
* op meerdere plaatsen was het voegwerk beschadigd;
* de lijm was niet gelijkmatig over het tegeloppervlak verdeeld;
* langs de tegelranden was de contactoverdracht beperkt;
* herkenbare lijmrillen waren niet overal samengedrukt;
* de hechting van de lijm aan de tegelrug was plaatselijk gering;
* voor een bezweken egalisatielaag of ondeugdelijke ondergrond werden geen aanwijzingen gevonden.
Deze combinatie wees met grote waarschijnlijkheid op een onvoldoende tot stand gekomen verlijming van de grootformaat keramische tegels.
Waarom alleen de voegen herstellen meestal niet voldoende is
Wanneer voegwerk uitbreekt doordat een tegel onvoldoende wordt ondersteund of plaatselijk beweegt, zal het opnieuw aanbrengen van voegmateriaal de achterliggende oorzaak niet wegnemen. De kans is dan groot dat de voeg opnieuw beschadigd raakt.
Ook het vervangen van slechts één losliggende tegel biedt niet altijd een duurzame oplossing wanneer vergelijkbare holklinkende zones verspreid over de vloer aanwezig zijn.
Voorafgaand aan herstel moet daarom de omvang van de problematiek over de volledige tegelvloer in kaart worden gebracht. Plaatselijk herstel is alleen verantwoord wanneer voldoende zekerheid bestaat dat de omliggende vloer wel deugdelijk is verlijmd.
Wanneer blijkt dat dezelfde afwijkingen representatief zijn voor een groot deel van de vloer, moet rekening worden gehouden met een ingrijpender herstel waarbij de tegelvloer opnieuw en volgens de geldende verwerkingsvoorschriften wordt opgebouwd.
Onafhankelijk onderzoek voorkomt symptoombestrijding
Deze casus laat zien waarom het belangrijk is om niet uitsluitend naar het zichtbare gebrek te kijken. Uitbrekend voegwerk is een symptoom. De werkelijke oorzaak kan zich onder de tegel bevinden en blijft zonder nader onderzoek vaak verborgen.
Door de vloer systematisch af te kloppen, de vrijliggende vloeropbouw te beoordelen en de verschillende lagen afzonderlijk te onderzoeken, kon onderscheid worden gemaakt tussen een mogelijk probleem in de ondergrond en een gebrek in de verlijming.
Zo ontstaat een technisch onderbouwd hersteladvies en wordt voorkomen dat alleen de zichtbare schade wordt gerepareerd.
Eerst inspecteren, dan adviseren.
